Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Schrijf content waarvan elke pagina één doel en één hoofdvraag heeft

In deze stap leg je vast wat goede website content is door per pagina één hoofdvraag te beantwoorden in scanbare blokken en met klanttaal in plaats van vakjargon.

Goede website content lost een vraag op die je doelgroep echt heeft, in woorden die ze zelf gebruiken. De meeste sites verzanden in algemeenheden omdat de schrijver niet weet voor wie hij schrijft of welke vraag hij precies beantwoordt. In deze les leer je hoe één pagina, één doel en één hoofdvraag samen content opleveren waar bezoekers zich in herkennen en waarmee Google iets kan.

Leren: één pagina, één hoofdvraag, één actie

In deze video leg ik uit hoe je per pagina één hoofdvraag formuleert en hoe scanbare blokken en klanttaal samen het werk doen.

Begrijpen: wat is goede website content?

Begin met de schrijftaak: één pagina is één doel en één hoofdvraag die de bezoeker stelt. Daaronder schrijf je in scanbare blokken (kort tekstblok, tussenkop, opsomming, eventueel beeld), niet in dichte alinea's van twintig regels. Gebruik klanttaal, vermijd vakjargon dat alleen jij begrijpt en zorg dat elke pagina afsluit met één concrete vervolgactie die past bij de fase.

Marleen van Kwaaijongens wijst op de meeste gemaakte fout: te veel willen vertellen op één pagina. Een pagina die drie boodschappen tegelijk wil overbrengen, brengt er meestal nul goed over. Eén onderwerp, één boodschap, één actie. Edward Hendriks van Doyoucopy voegt daar een tweede regel aan toe: schrijf in actieve zinnen en in de jij-vorm, omdat de bezoeker geen anonieme markt is maar één persoon achter een scherm. Wie 'wij geloven' schrijft, plaatst zichzelf voorop; wie 'jij krijgt' schrijft, plaatst de lezer voorop.

De zes onderdelen van werkbare webcontent:

  1. Eén hoofdvraag per pagina. De vraag waarop deze pagina antwoord geeft, expliciet opgeschreven.
  2. Scanbare blokken. Korte alinea's, tussenkoppen, opsommingen; geen tekstmuren.
  3. Klanttaal. Woorden uit interviews en e-mails, geen interne vakterminologie.
  4. Concrete voorbeelden. Cijfers, namen of situaties; geen abstracte algemeenheden.
  5. Eén hoofdactie. Eén CTA die past bij de fase, geen drie tegelijk.
  6. Visueel ritme. Beeld, witruimte of accenten op de plek waar de tekst anders te dicht wordt.

Jaana Coppens van Yools herinnert eraan dat goede content niet eenmalig is. De woorden die je doelgroep gebruikt verschuiven mee met de markt en met seizoenen. Loop je belangrijkste pagina's elk halfjaar opnieuw langs en herschrijf de zinnen die niet meer kloppen met hoe klanten nu praten of wat je aanbod nu is. Eén kwartaal-onderhoudsbeurt op de homepage levert vaak meer op dan drie nieuwe blogs.

Toepassen: de blueprint

Vul de Content Blueprint in: één A4 met je belangrijkste pagina's in een tabel, met per pagina drie kolommen: hoofdvraag, hoofdactie en klanttaal-zin. Eén pagina, in twintig minuten klaar als je je belangrijkste pagina's kent.

De eerste actie kost tien minuten: open je homepage en kijk of er één hoofdvraag is die hij beantwoordt. Schrijf die vraag op één regel op. Lukt dat niet, dan weet je dat de pagina nog te veel boodschappen tegelijk dient en welke je vandaag schrapt of verplaatst.

Vorige les
Volgende les
website-analyse
Geen vorige les
Geen volgende les