Vorige les
Volgende les
sitemap
Geen vorige les
Geen volgende les
In deze stap kies je twee of drie cijfers die direct laten zien of je website-doel beweegt, zodat je later optimaliseert op basis van resultaat in plaats van bezoekersaantallen.
De meeste websites worden gemeten op verkeer en vergeten te kijken of dat verkeer ook iets oplevert. Een dashboard vol met grafieken voelt als controle, maar als de cijfers niets met je hoofddoel te maken hebben is het ruis. In deze les kies je drie KPI's die wel iets zeggen, en weet je waarom je niet meer nodig hebt.
In deze video leg ik uit waarom bezoekersaantallen geen KPI zijn, welke cijfers wel iets vertellen en hoe je ze in Google Analytics 4 inricht zonder dashboard-verslaving.
De KPI's die je nodig hebt volgen uit het doel van je website, niet andersom. Begin daarom met de hoofddoelstelling (leads, verkopen, abonnees, kennisdeling) en kies twee of drie cijfers die direct laten zien of dat doel beweegt. Voor de meeste sites zijn dat het aantal kwalitatieve leads of orders, de conversieratio en de verkeersbron die het beste converteert. Drie cijfers, niet meer; alle andere zijn ondersteunend.
Niels Dirkse van Nice to Lead You waarschuwt voor de valkuil om bezoekersaantallen of impressies tot KPI te promoveren: dat zegt niets als ze niet leiden tot resultaat. Tienduizend bezoekers per maand zonder één lead is duurder dan duizend bezoekers waar er twintig van converteren. Tim Kraaijvanger van Stormachtig wijst op een andere veelgemaakte fout: KPI's te smal kiezen. Wie alleen op conversieratio meet, mist het effect van veranderend verkeer. Combineer altijd een uitkomst-cijfer met een procentcijfer, dan zie je beweging in beide kanten.
De zes onderdelen van een werkbare KPI-set:
Tim Leijs van TO BE FOUND stelt voor om voor elke KPI vooraf een streefwaarde per kwartaal vast te leggen. Niet vaag (meer leads), maar concreet (twaalf leads per maand binnen drie maanden). Zonder streefwaarde wordt elk dashboard vrijblijvend, omdat je geen referentie hebt om iets goed of slecht te noemen. Goede KPI's hebben altijd een nummer naast een datum.
Vul de KPI Blueprint in: één A4 met drie cijfers boven elkaar, telkens met een streefwaarde voor het komende kwartaal en de meetfrequentie. Daaronder twee diagnose-cijfers die je kunt gebruiken als een hoofd-KPI verandert. Eén pagina, geen tabellen van tien rijen.
De eerste actie kost vijftien minuten: log in op je analytics, kijk naar de afgelopen drie maanden en schrijf op wat je hoofd-uitkomst gemiddeld was. Dat getal is je startpunt. Zet er een realistische streefwaarde naast voor het volgende kwartaal en je hebt je eerste KPI vast.